In dit artikel vindt u informatie over:
Testplan HL7v2-koppeling
Dit document beschrijft de aanpak voor het testen van de HL7v2-koppeling tussen ZorgDomein en het EPD (Ziekenhuis Informatiesysteem, Radiologie- of Laboratorium Informatiesysteem etc.).
Het document is bedoeld als concreet werkdocument voor de voorbereiding, uitvoering, vastlegging en beoordeling van de testresultaten. De opgenomen testscenario’s en controlepunten vormen de basis voor de technische en functionele validatie van de koppeling.
| Documentgegevens | In te vullen |
| Versie | 0.1 |
| Datum | [in te vullen] |
| Auteur | [in te vullen] |
| Project / koppeling | HL7v2-koppeling ZorgDomein – XIS |
| Testomgeving | [test / acceptatie / productie] |
| Goedgekeurd door | [in te vullen] |
Achtergrond van de koppeling
ZorgDomein heeft een koppeling gerealiseerd met een EPD. Deze koppeling zorgt ervoor dat verwijzingen of aanvragen, inclusief relevante aanvullende informatie, automatisch in uw informatiesysteem terechtkomen. Dit verhoogt zowel de efficiëntie als de kwaliteit van de verwerking van verwijzingen.
Via de koppeling met ZorgDomein ontvangt uw informatiesysteem de volgende informatie-eenheden in de vorm van HL7-berichten:
- een inhoudelijk poliklinisch afspraakverzoek (bij HiX vervangen door de SQAPI-koppeling)
- een bijbehorende verwijsbrief, aanvraagformulier of lab-order met alle relevante patiëntinformatie
- indien van toepassing één of meerdere bijlagen of nazending
De koppeling is bedoeld om deze informatie-eenheden via de communicatieserver in het informatiesysteem te verwerken. Concreet betekent dit:
- Patiëntidentificatie en inschrijving op basis van een inhoudelijk poliklinisch afspraakverzoek (SRM2016).
- Bij een koppeling met HiX: patiëntidentificatie en inschrijving op basis van de integratie tussen ZorgDomein en online planning in ChipSoft Zorgportaal via het protocol Secure Querystring API (SQAPI).
- Als de patiënt nog niet bekend is in CS-HiX, wordt deze via CS-Zorgportaal direct tijdelijk ingeschreven bij de zorginstelling. ZorgDomein ontvangt de HiX patiënt ID en verrijkt de HL7berichten hiermee. Vervolgens wordt de verwijzing na identificatie of inschrijving op de juiste werklijst in CS-HiX geplaatst. Daarna wordt de vanuit ZorgDomein verzonden verwijsbrief op basis van het ZorgDomein-nummer gekoppeld aan de verwijzing van de juiste patiënt.
- Deze koppeling kan ook worden gebruikt om de verwijzer zelf een afspraak voor de patiënt te laten inplannen. Daarbij krijgt de verwijzer tijdens het verwijsproces direct een beschikbare mogelijkheid in de agenda van de polikliniek aangeboden. Deze functionaliteit staat echter vaak uit vanwege het hoge aantal no-shows. Een goed werkend alternatief is dat de patiënt via het CS-patiëntportaal zelf een afspraak inplant.
- Standaard is het niet mogelijk om naast de SQAPI-URL een andere bestemming op te geven.
- Ontvangen en verwerken van de ZorgDomein-verwijsbrief (ORU PDF).
- Ontvangen en verwerken van bijlagen en nazending (ORU ATTACHMENT v2).
- Ontvangen en verwerken van radiologieaanvragen en annuleringen vanuit ZorgDomein (ORU PDF of ORM).
- Ontvangen en verwerken van pathologieaanvragen en annuleringen vanuit ZorgDomein (OML). Annulering voor LabTrain loopt via SRM2016.
- Ontvangen en verwerken van laboratoriumorders en annuleringen vanuit ZorgDomein (OML).
- Bij een HiX-koppeling kan het SRM2016-bericht ook worden gebruikt voor het annuleren van verwijzingen, mits gebruik wordt gemaakt van > HiX6.2 standaardcontent.
Doel en scope van dit testplan
Het doel van dit testplan is om vast te stellen of de HL7v2-koppeling tussen ZorgDomein en het EPD technisch correct functioneert en functioneel aansluit op de werkprocessen van de zorginstelling. Daarbij wordt beoordeeld of berichten volledig, tijdig en juist worden ontvangen, verwerkt en beschikbaar gesteld aan gebruikers of vervolgprocessen.
De scope van dit testplan omvat de technische verwerking van HL7-berichten, de functionele verwerking in het EPD, de afhandeling van uitzonderingen en optionele scenario’s zoals bijlagen, nazending, annuleringen en online afspraak maken. De in dit document opgenomen testvragen, testcases en controlepunten worden gebruikt als basis voor de testuitvoering en mogen door de zorginstelling worden uitgebreid met systeem- of proces-specifieke scenario’s.
Testaanpak
De testuitvoering vindt gefaseerd plaats. Eerst worden de technische randvoorwaarden en verwerkingsafspraken gecontroleerd. Daarna worden de functionele scenario’s getest op basis van de opgenomen testcase-matrix. Bevindingen worden per testcase vastgelegd, beoordeeld en waar nodig opnieuw getest na correctie.
Per testcase worden minimaal de volgende onderdelen vastgelegd: testdoel, invoer, verwachte uitkomst, feitelijke uitkomst, status en eventuele bevindingen. Een testcase is geslaagd wanneer het resultaat overeenkomt met de verwachte uitkomst en er geen blokkerende afwijkingen zijn vastgesteld.
Rollen en verantwoordelijkheden
| Rol | Verantwoordelijkheid |
| Testcoördinator | Plant de testuitvoering, bewaakt voortgang en accordeert de testresultaten. |
| Functioneel beheer / applicatiebeheer | Voert functionele controles uit en beoordeelt de verwerking in het EPD. |
| Technisch beheer / leverancier | Controleert technische verwerking, logging, koppelingen en foutafhandeling. |
| ZorgDomein / ketenpartner | Ondersteunt bij testberichten, analyse van berichtverwerking en ketenafstemming. |
Randvoorwaarden voor uitvoering
- Er is een werkende VPN-verbinding tussen de zorginstelling en ZorgDomein waarover getest kan worden. De VPN is ingericht voor de berichten waarmee wordt getest. Aanpassingen aan de VPN moeten worden doorgegeven via https://vpnrequest.zorgdomein.nl/. Hou rekening met 5 werkdagen verwerkingstijd.
- Er wordt altijd getest van de ZorgDomein-testomgeving naar de EPD-testomgeving of van de ZorgDomein-productieomgeving naar de EPD-productieomgeving. Van testomgeving naar productieomgeving of andersom is niet toegestaan (NEN7510).
- De HL7-berichten komen binnen op de correct geconfigureerde poorten en IP-adressen van een communicatieserver.
- In ZorgDomein zijn zorgproducten, zorgproductonderdelen, bepalingen voor verwijzen en aanvragen van specialistische zorg, testverwijzers (bijvoorbeeld huisartsen en verloskundigen) en testpatiënten geconfigureerd.
- Zorgproducten, zorgproductonderdelen en bepalingen worden door uw zorginstelling beheerd in de ZorgDomein Beheerapplicatie. Elk ingericht onderdeel heeft binnen ZorgDomein een unieke code die in het HL7-bericht wordt meegestuurd.
- Een mappingtabel in het EPD is nodig om de codes voor zorgproducten, zorgproductonderdelen en bepalingen te herkennen, zodat een verwijzing correct kan worden verwerkt. Deze mappingtabel moet zijn ingericht voordat het testen start. De zorginstelling is verantwoordelijk voor het beheer ervan.
- Het is mogelijk om een kopie van de productieomgeving over te zetten naar de testomgeving zodat er geen verschillen zijn tussen beide omgevingen. Deze kopie (synchronisatie) kan worden gemaakt door de verantwoordelijke beheerder binnen uw organisatie. Let op: Hiermee wordt de gehele testomgeving overschreven, met uitzondering van bestemmingen en personen.
- Via ZorgDomein kunnen verwijzingen worden gedaan voor patiënten die nog onbekend zijn bij uw zorginstelling. Uw zorginstelling is verantwoordelijk voor de juiste verwerking van dit soort verwijzingen.
- Bij een koppeling met HiX gaan de opgestelde testcases ervan uit dat ChipSoft Zorgportaal aan onbekende patiënten een eventueel tijdelijk patiëntnummer toekent en hen daarmee inschrijft. Het testplan moet hiermee rekening houden.
- Ook huisartsen of andere verwijzers die nog onbekend zijn bij uw zorginstelling kunnen via ZorgDomein verwijzen. Uw zorginstelling is verantwoordelijk voor de juiste verwerking van dit soort verwijzingen. Toegang tot uw zorgaanbod voor de verschillende beroepsgroepen is op zorgproductniveau te regelen.
- Zodra de HL7-berichten met de juiste informatie op de communicatieserver zijn ontvangen voor verdere afhandeling, is de koppeling gereed. ZorgDomein heeft geen invloed op de processen die volgen nadat is vastgesteld dat verwijzers, patiënten of specialismen onbekend zijn.
Bij een koppeling met HiX zijn daarnaast de volgende zaken van belang:
- De ChipSoft Zorgportaal-omgeving waarmee wordt getest, is opgebouwd en bereikbaar vanaf een netwerk buiten de zorginstelling.
- Voor het test- of acceptatie-Zorgportaal moet de volgende identity provider zijn geconfigureerd: https://ttt.zorgdomein.nl/zorgdomein/cszorgportaal
- Voor het productie-Zorgportaal moet de volgende identity provider zijn geconfigureerd: https://www.zorgdomein.nl/zorgdomein/cszorgportaal
- Bij een koppeling met HiX zijn de testers bekend met het fallback-proces.
Het fallback-proces kan om meerdere redenen in werking treden, bijvoorbeeld bij een onbekende of afwezige AGB-code, wanneer een persoons-AGB-code niet is gekoppeld aan een organisatie-AGB-code, of wanneer geen verbinding kan worden gemaakt met het CS-Zorgportaal. In dat geval wordt een afspraakverzoek via de VPN-verbinding naar het fallback-e-mailadres gestuurd. De afspraak moet vervolgens eerst handmatig in CS-HiX worden ingevoerd, voordat de verwijsbrief vanuit ZorgDomein door de contentbeheerder van de zorginstelling opnieuw kan worden verzonden. Via COMEZ wordt de verwijsbrief daarna gekoppeld aan de juiste patiënt en verwijzing in CS-HiX. Vraag de meest recente werkbeschrijving van de fallback op bij Chipsoft.
Uitvoering en registratie
Tijdens de testuitvoering worden per scenario de invoer, de uitgevoerde stappen, de feitelijke uitkomst en de beoordeling vastgelegd. Afwijkingen worden geregistreerd met een duidelijke omschrijving, impact, prioriteit, eigenaar en verwachte oplosdatum. Hertesten vinden plaats nadat de correctie is doorgevoerd en bevestigd.
| Veld | In te vullen |
| Testdatum | [in te vullen] |
| Tester | [in te vullen] |
| Resultaat | [geslaagd / afgekeurd / geblokkeerd] |
| Bevindingnummer | [in te vullen] |
Voorbereidende technische controles
Voer onderstaande controles uit voordat de functionele testcases worden gestart. Leg per controle vast wat de verwachte uitkomst is, wat feitelijk is waargenomen en welke vervolgactie nodig is.
- Wat gebeurt er met technisch afgekeurde HL7-berichten?
- ZorgDomein ontvangt hiervoor vanuit uw organisatie een NACK-melding. Deze melding is ook terug te vinden in uw eigen logging.
- ZorgDomein kan een e-mailbestemming configureren waar de NACK-melding wordt afgeleverd. Dit kan voor de gehele organisatie (aanbevolen) of per cluster.
- In veel gevallen nemen wij de inhoud van de foutmelding uit de NACK op in het e-mailbericht, mits deze inhoudelijk aanwezig is in het ontvangen NACK-bericht.
- Wij filteren de inhoud van deze meldingen om te voorkomen dat patiëntgegevens in door ons verzonden e-mails terechtkomen. Als dergelijke gegevens aanwezig zijn, ontvangt u een NACK-melding zonder inhoudelijke foutmelding.
- Wat gebeurt er als een ORU PDF-bericht (verwijsbrief) pas na 48 uur of na één maand in het XIS binnenkomt?
- Wat gebeurt er als de patiënt zich meldt voor de afspraak, terwijl het ORU PDF-bericht (de verwijsbrief) nog niet is binnengekomen?
- Wat gebeurt er met de verwijsbrief, het aanvraagformulier of de order (ORU PDF/ORM/OML) als het afspraakbericht op een uitvallijst terechtkomt en er geen patiëntmatch of inschrijving heeft plaatsgevonden?
- De zorginstelling kan in ZorgDomein verwijsbrieven, bijlagen, nazendingen en labaanvragen opnieuw verzenden. Dit HL7-bericht is dan niet identiek aan het eerder verzonden bericht, omdat bijvoorbeeld veld MSH-7 is gewijzigd. Hoe gaat het EPD om met HL7-berichten die al zijn verwerkt maar opnieuw worden aangeboden? Maak daarbij onderscheid tussen de volgende scenario’s:
- de patiënt heeft nog geen afspraak gemaakt
- de patiënt heeft al wel een afspraak gemaakt
- de patiënt heeft de afspraak al gehad of het laboratoriumonderzoek is al uitgevoerd
- Wat gebeurt er als het EPD twee ORU PDF-berichten ontvangt die bij één verwijzing horen, zoals bij een combinatieafspraak waarbij zowel een aanvraagformulier als een verwijsbrief wordt verstuurd?
- Een orderbericht (ORM/OML) kan meerdere aangevraagde onderzoeken bevatten. Hoe reageert het EPD als één onderzoek niet wordt herkend? Wordt het hele orderbericht afgekeurd of worden de wel herkende onderzoeken wel verwerkt?
- Wat gebeurt er als het XIS één of meerdere bijlagen (ORU ATTACHMENT v2) ontvangt?
- Wat gebeurt er als het XIS één of meerdere nazendingen (ORU ATTACHMENT v2) ontvangt?
- [Optioneel – bij gebruik van bijlagen] Nazendingen kunnen op een willekeurig moment na het afronden van een verwijzing binnenkomen. Hoe gaat het EPD hiermee om? Maak daarbij onderscheid tussen de volgende scenario’s:
- de patiënt heeft nog geen afspraak gemaakt
- de patiënt heeft al wel een afspraak gemaakt
- de patiënt heeft de afspraak al gehad
- [Optioneel – bij gebruik van annuleringen] Annuleringen kunnen op een willekeurig moment na het afronden van een verwijzing of diagnostische aanvraag binnenkomen. Hoe gaat het EPD hiermee om? Maak daarbij onderscheid tussen de volgende scenario’s:
- de patiënt heeft nog geen afspraak gemaakt
- de patiënt heeft al wel een afspraak gemaakt
- de patiënt heeft de afspraak al gehad of het laboratoriumonderzoek is al uitgevoerd
- [Bij koppeling met HiX – alleen indien van toepassing / bij gebruik van SRM2016 voor annuleringen]
Annuleringen kunnen op een willekeurig moment na het afronden van een verwijzing of diagnostische aanvraag binnenkomen. Hoe gaat CS-HiX hiermee om? Maak daarbij onderscheid tussen de volgende scenario’s:
- de patiënt heeft nog geen afspraak gemaakt
- de patiënt heeft al wel een afspraak gemaakt
- de patiënt heeft de afspraak al gehad of het laboratoriumonderzoek is al uitgevoerd
Functionele testcases
Gebruik onderstaande matrix als basis voor de functionele uitvoering van de test. Leg per testcase minimaal vast: testdoel, testdata, verwachte uitkomst, feitelijke uitkomst, status en eventuele bevindingen.
- Verwijzer (AGB-code van de superviserende verwijzer)
- Patiënt (BSN van de patiënt)
- Zorgproductcode (mappingcode)
| Test # | Situatie | Verwachte uitkomst | Feitelijke uitkomst | Status |
| 01 | Verwijzer bekend, patiënt bekend, zorgproductcode bekend | Bericht wordt correct verwerkt zonder handmatige interventie. | [in te vullen] | [ ] |
| 02 | Verwijzer bekend, patiënt bekend, zorgproductcode onbekend | Systeem verwerkt of blokkeert het bericht conform de afgesproken foutafhandeling. | [in te vullen] | [ ] |
| 03 | Verwijzer bekend, patiënt onbekend, zorgproductcode bekend | Patiënt wordt conform inrichting herkend, ingeschreven of aangeboden voor vervolgactie. | [in te vullen] | [ ] |
| 04 | Verwijzer bekend, patiënt onbekend, zorgproductcode onbekend | Systeem meldt de combinatie correct en zet het bericht niet onterecht door. | [in te vullen] | [ ] |
| 05 | Verwijzer onbekend, patiënt bekend, zorgproductcode bekend | Systeem verwerkt de verwijzerafhandeling conform de inrichting en logging. | [in te vullen] | [ ] |
| 06 | Verwijzer onbekend, patiënt bekend, zorgproductcode onbekend | Systeem behandelt beide afwijkingen correct en registreert de foutafhandeling volledig. | [in te vullen] | [ ] |
| 07 | Verwijzer onbekend, patiënt onbekend, zorgproductcode bekend | Systeem volgt de afgesproken uitzonderingsroute voor onbekende patiënt en verwijzer. | [in te vullen] | [ ] |
| 08 | Verwijzer onbekend, patiënt onbekend, zorgproductcode onbekend | Systeem blokkeert of routeert het bericht conform ontwerp en legt dit controleerbaar vast. | [in te vullen] | [ ] |
| 09 | Overige aandachtspunten en systeem-specifieke scenario’s | Alle aanvullende scenario’s worden conform de afgesproken acceptatiecriteria verwerkt. | [in te vullen] | [ ] |
Bij testcase 09 kunt u onder andere denken aan:
- Verwijzingen voor verschillende verwijstypen:
- reguliere afspraak
- verwijsafspraak
- spoedafspraak
- combinatieafspraak
- verkorte toegangstijd
- diagnostiek, zoals functieonderzoeken of radiologie
- Aanvragen van bijvoorbeeld specialisten ouderengeneeskunde, verloskundigen of zorgverleners uit andere disciplines dan huisartsen, omdat hun AGB-codes kunnen afwijken.
- Het onderscheid tussen de verantwoordelijke zorgverlener (zoals de huisarts) en de aanvrager (bijvoorbeeld huisarts, POH, assistent of waarnemer).
- Hoe wordt omgegaan met verwijzingen die niet worden geëffectueerd, bijvoorbeeld wanneer de patiënt geen afspraak maakt of niet verschijnt?
- Komen diakritische tekens, zoals ë en ç, correct in het EPD terecht als deze worden meegestuurd?
- Wat gebeurt er als het BSN ontbreekt?
- [Optioneel – bij gebruik van bijlagen] Kunnen alle ondersteunde bestandstypen correct worden verwerkt wanneer deze als bijlage of nazending (ORU ATTACHMENT v2) met de verwijzing worden meegestuurd, zoals doc, docx, jpeg, jpg, pdf, rtf, tif, tiff, gif, png, xls en xlsx?
- [Optioneel – bij gebruik van bijlagen] Via ZorgDomein kunnen meerdere bestanden als bijlage of nazending worden verstuurd. Het totaal aan bestanden mag maximaal 20 MB zijn en een individueel bestand maximaal 10 MB.
Specifiek voor het XIS kunt u bij testcase 09 verder denken aan:
[koppeling met HiX]
- Patiëntinschrijving en het plannen van een afspraak via CS-Zorgportaal.
- Een huisarts (AGB) die voor meerdere praktijken (AGB) werkzaam is.
- [Optioneel – alleen indien van toepassing / bij gebruik van SRM2016 voor annuleringen] Werkt dit correct voor de verwijzingen?
[Overige Ziekenhuis informatiesystemen]
- Patiëntinschrijving via het HL7-bericht.
[Radiologie systeem]
- Patiëntinschrijving via het HL7-bericht.
- vragen en antwoorden uit vragensets
- tekstvelden
- datumvelden
- single-select
- meerkeuzevelden met meerdere antwoorden
- Lateraliteit (links, rechts of beiderzijds).
- De prioriteit van de aangevraagde onderzoeken.
- Datum en tijdstip van de order.
- Aanvragen waarbij verschillende soorten onderzoeken worden aangevraagd: kunnen de vragen en antwoorden per onderzoek worden uitgesplitst?
- Combinatieafspraken waarbij een verwijzing wordt gecombineerd met diagnostiek.
[Optioneel – bij patiëntidentificatie via HiX] Kan het radiologiesysteem omgaan met aanvragen waarbij het ziekenhuisinformatiesysteem-ID (HiX) wel wordt meegestuurd? En ook met aanvragen waarbij dit ID niet wordt meegestuurd?
[Optioneel – annulering] Kan een annulering via ORMv3 correct worden verwerkt?
[Optioneel – bij gebruik van losse vragen] ORMv3 verwerkt losse vragen anders dan eerdere ORM-versies. Controleer of alle vragen correct worden verwerkt.
[Pathologie - LMS]
- Patiëntinschrijving via het HL7-orderbericht.
- Match van de aanvrager op basis van AGB-code.
- Vragen en antwoorden op gekoppelde vragen, zoals tekstvelden, datumvelden, single-select en meerkeuzevelden.
- In sommige vragensets worden aanvullende potjes uitgevraagd. Kan voor deze aanvullende potjes de ingevulde informatie over aard materiaal en verkrijgingswijze correct in het LMS worden verwerkt?
- Wordt in de vragenset cytologie de optie ‘spontaan’ bij de vraag ‘verkrijgingswijze’ correct geïnterpreteerd in het LMS?
- Datum en tijdstip van de order.
- Hoe wordt omgegaan met aanvragen die niet worden geëffectueerd, bijvoorbeeld omdat er geen materiaal binnenkomt?
- Worden de velden datum afname en datum aanvraag correct overgenomen?
- Komen de verschillende keuzes bij de vraag menstruatie bij cervixuitstrijk correct in het LMS terecht?
[Optioneel – bij patiëntidentificatie via HiX] Kan het LMS omgaan met aanvragen waarbij het ziekenhuisinformatiesysteem-ID (HiX) wel wordt meegestuurd? En ook met aanvragen waarbij dit ID niet wordt meegestuurd?
[Laboratorium systeem]
- Patiëntinschrijving via het HL7-orderbericht.
- Opmerkingen en klinische gegevens met betrekking tot de volledige order.
- Vragen en antwoorden op gekoppelde vragen:
- tekstvelden
- datumvelden
- single-select
- meerkeuzevelden met meerdere antwoorden
- Uitslag doorbellen.
- Kopie naar.
- Spoed.
- De prioriteit van de aangevraagde onderzoeken.
- Datum en tijdstip van de order.
- Afwijkende aanvragen.
- Aanvragen waarbij een combinatie van nuchter en niet-nuchter wordt aangevraagd, terwijl de patiënt op het moment van prikken óf nuchter óf niet-nuchter is.
- Het huisbezoekschema, indien dit wordt gebruikt.
[Optioneel – bij patiëntidentificatie via HiX] Kan het laboratoriumsysteem omgaan met aanvragen waarbij het ziekenhuisinformatiesysteem-ID (HiX) wel wordt meegestuurd? En ook met aanvragen waarbij dit ID niet wordt meegestuurd?
[Optioneel – annulering] Kan een annulering via OMLv3 correct worden verwerkt?
[Optioneel – bij gebruik van losse vragen] OMLv3 verwerkt losse vragen anders dan eerdere OML-versies. Controleer of dit volledig is getest.
[Digitale patiëntreis - Laboratorium]
Technische testvragen – online afspraak maken
Voordat het functionele testen wordt uitgevoerd, moeten in ieder geval de volgende testvragen worden meegenomen in het algehele testplan:
- Wat gebeurt er als de patiënt online een afspraak probeert te maken, maar de online patiëntomgeving van de zorginstelling:
- wel bereikbaar is, maar de agenda of afspraak nog niet toegankelijk is?
- wel bereikbaar is, maar de agenda of afspraak onjuist is?
- helemaal niet bereikbaar is?
Controlepunten:
Hieronder vindt u een aantal controlepunten:
| Test # | Patiënt: | Systeem: |
| 01 | Krijgt de juiste patiëntreis(informatie te zien) | ZorgDomein |
| 02 | Kan op de knop ‘Maak een afspraak’ klikken | ZorgDomein |
| 03 | Wordt doorgestuurd naar de juiste ‘agenda/afspraak’ | ZorgDomein / Zorginstelling |
| 04 | Kan de afspraak maken | Zorginstelling |
| 05 | Wordt weer teruggestuurd naar de patiëntreis | Zorginstelling / ZorgDomein |
Acceptatiecriteria
Technische testvragen – online afspraak maken
Voordat het functionele testen wordt uitgevoerd, moeten in ieder geval de volgende testvragen worden meegenomen in het algehele testplan:
- Wat gebeurt er als de patiënt online een afspraak probeert te maken, maar de online patiëntomgeving van de zorginstelling:
- wel bereikbaar is, maar de agenda of afspraak nog niet toegankelijk is?
- wel bereikbaar is, maar de agenda of afspraak onjuist is?
- helemaal niet bereikbaar is?
Controlepunten:
Hieronder vindt u een aantal controlepunten:
| Test # | Patiënt: | Systeem: |
| 01 | Krijgt de juiste patiëntreis(informatie te zien) | ZorgDomein |
| 02 | Kan op de knop ‘Maak een afspraak’ klikken | ZorgDomein |
| 03 | Wordt doorgestuurd naar de juiste ‘agenda/afspraak’ | ZorgDomein / Zorginstelling |
| 04 | Kan de afspraak maken | Zorginstelling |
| 05 | Wordt weer teruggestuurd naar de patiëntreis | Zorginstelling / ZorgDomein |